Echinomastus mariposensis
Echinomastus mariposensis dankt zijn naam aan de eerste ontdekking van de plant nabij de Mariposa mijn iets ten zuiden van Terlingua. De plant komt voor in de zuidpunt van de Big Bend en verder zuidelijk in Mexico.
De planten blijven bescheiden van grootte. In de natuur normaal niet veel groter dan 2,5 tot 7 centimeter. Ze blijven solitair, m.a.w. ze vormen geen groepen. Grotere exemplaren tot 12 cm kunnen op de zuidelijker groeiplaatsen voorkomen. De plant bloeit in de natuur vroeg in het jaar in februari tot maart. De grondsoort waarop ze voorkomen is kalksteen. Je ziet ze dan ook niet samengroeien met andere Echinomastus soorten die andere grondsoorten prefereren. Dat is natuurlijke ook al een aardig vingerwijzing voor de cultuur. Op sommige plekken komt de plant overvloedig voor. De plant staat op de CITES I lijst en wordt in de USA als bedreigde soort gezien.
De plant heeft een witte tot as-witte bedoorning, met daarbij een aantal grotere naar boven gerichte doorns die blauw tot zwart van kleur zijn. Bij de identificatie van de plant in de natuur is dit ook één van de doorslaggevende kenmerken. De plant kan relatief veel bloemen geven, waarbij de bloemen normaliter 3 tot 4 dagen kunnen openen en sluiten. Het zaad rijpt heel snel in één tot twee maanden. Hieronder knoppen in planten met veldnummer SB1391 (Mexico). Bij de tweede foto zijn ook duidelijk de doorns met de afwijkende kleur te zien.
Op de foto's hieronder is de plant in de natuur te zien ten zuiden van Terlingua, dus niet ver van de oorspronkelijke eerste vindplaats. Kalksteen met veel grove stukken steen.
Op de foto's hieronder zijn de planten te zien zoals ze er op 10 mei uitzagen. De zaadknoppen zijn al afgerijpt en er is al weinig van over. De rechter foto toont opnieuw weer de karakteristieke bedoorning.
Het zaad komt redelijk goed op. Ge-ent op Opuntia compressa groeit de plant snel, maar wordt toch niet echt groot. Op eigen wortel in puur minerale grond gaat de groei toch wel een stuk langzamer. De bloei is dan pas bij een jaar of vier voor het eerst te verwachten. In cultuur in een onverwarmde kas in Nederland valt de bloei pas later, in april/mei. In een warmere kas valt de bloei eerder. De bloei lijkt dus mede door de hoeveelheid warmte gestuurd te worden. Water geven in de onverwarmde kas vanaf 1 maart. Planten met veldnummer SB1391 hebben de laatste vijf jaar in een onverwarmde kas overleefd. Dus langdurig -7 graden met uitschieters tot -11 graden geven geen schade aan de planten.
Bij elkaar dus een mooie plant om eens te zaaien. Aangezien het een CITES I plant is, alleen zaad betrekken uit een bron die daarvoor ook gekwalificeerd is.









