Echinocactus horizonthalonius.
Deze plant is prachtig om te zien met zijn grijsblauwe kleur, acht ribben en stoere gekleurde doorns. In de kop ontstaat wol bij oudere planten. De roze bloem vormt uiteindelijk de kroon. Er worden twee variëteiten onderscheiden var. horizonthalonius en var. nicholii, waarbij de laatste in een zeer beperkt gebied voorkomt.
Echinocactus horizonthalonius komt voor in het Noord-westen van Mexico tot in het Noorden van Texas, New Mexico en een klein deel van Arizona. In sommige delen van Texas komt de plant zelfs redelijk veel voor. De bloei ligt in de maanden april tot juli met mogelijke bloei na regen in de maanden juli tot september. De meest voorkomende variëteit is Echinocactus horizonthalonius var. horizonthalonius. De eerste foto stamt uit Guadalupe Mountains op de grens van Texas en New Mexico. De foto's hieronder uit de Franklin Mountains dichtbij El Paso.
Echinocactus horizonthalonius var. nicholii alleen komt voor in Waterman and Vekol Mountains (Pima county), Sonora woestijn in Arizona in een gebied van 20 km2. Deze variëteit wordt als een bedreigde plant beschouwd. Deze variëteit onderscheid zich van de variëteit horizonthalonius door het specifieke beperkte verspreidingsgebied, de grootte ( 45 centimeter hoog bij 20 centimeter breed) en de stevige doorns. De planten groeien meer in zuilvorm en kunnen spruiten, ook vanaf de basis. Sommigen bronnen melden ook een populatie in Sierra del Viejo (noordwest Sonora, Mexico). De kleur is blauwgroen tot geelgroen. Sommige bronnen beweren dat deze variëteit toch wel erg veel lijkt op planten die ook in het uiterste westen van Texas en New Mexico voorkomen. De levensverwachting voor deze plant is 75-100 jaar. Hieronder een foto van een plant uit de Big Bend Ranch die que vorm wel enige overeenkomst heeft (maar het dus niet zou zijn).
Er wordt ook nog een variëteit subikii aangeboden afkomstig uit Mexico met witte bloemen.
Echinocactus horizonthalonius is lastig van zaad te kweken. De zaden komen buitengewoon slecht op en de groei is tergend langzaam op eigen wortel. De beste manier om een bloeibare plant te krijgen is enten. Bewortelen kan daarna plaatsvinden. Planten van noordelijke locaties kunnen redelijk wat kou verdragen, waarbij de ge-ente exemplaren kwetsbaarder zijn dan die op eigen wortel. Vanaf zaad op eigen wortel gekweekte planten hebben de afgelopen 5 jaar in een onverwarmde kas de winter overleeft (omgeving Amsterdam). Deze planten groeit inde natuur op minerale grond, zeg kleiachtige zandgronden. Op eigen wortel gaat de kweek langzaam, maar wel goed op een mineraal mengsel zoals flugzand (flugsand). In de winter trekken de wortelechte planten zich terug in de grond. Na de eerste watergift vroeg in het jaar (in de onverwarmde kas) reageren ze snel door zich vol te zuigen en staan ze vrij snel weer bol.



