Bestemming: Pofadder en Onseepkans !
Rare namen zal je wellicht zeggen! Maar dergelijke verwijzingen in de naam vind je in Zuid Afrika dikwijls terug. Wat ook verwarrend is: de namen van de Farms worden nog al eens verward met de dorpsnamen, of omgekeerd! Tekst: Frank Thys, Foto’s: Frank en Diane.
Iedere toeristische dienst geeft kaartjes en folders uit, meestal zonder onderling overleg en zo durven er al eens zaken op te staan, waarvan men enkele jaren geleden droomde, maar die intussen toch niet gerealiseerd zijn. De vermelde asfaltweg op de kaart blijkt nog niet te bestaan, de “restaurants” en guesthouses die er zouden moeten zijn, moeten er nog komen of zijn er reeds lang niet meer!
Het tracé van de verbindingswegen gaat een andere kant op dan je dacht. Oorzaak van dit misverstand ligt niet bij de kaart, maar bij chauffeur of kaartlezer. Je had rechts moeten afslaan, de weg naar de farm volgen door het hek (Open doen, maar ook achter je sluiten), en daar zie je onderweg de afslag naar “ de stad”. Zoiets leer je alleen door ervaring en een goede uitleg! Begin 2009 gingen we dan met enige ervaring, voor de tiende keer terug naar Zuid Afrika.
Begin januari (2009) hadden we via Internet onze tickets met bestemming Kaapstad gekocht, vertrekdatum 12 februari. Onze auto boekten we bij een verhuurbedrijf uit Kaapstad; we hadden vroeger reeds bij deze firma een auto gehuurd en waren zeer tevreden over de service. Een goede raad: huur steeds een wagen met volledige omnium, een (klein) ongeval is snel gebeurd!
In de eerste dagen van februari viel het tijdschrift “Cactus & Co” in de bus, dus begon ik een race tegen de tijd in, om de vertaling van deze teksten te maken, in de hoop deze nog af te krijgen en voor ons verlof door te mailen. Maar je moet ook nog één of ander voor de geplande reis regelen, nog wat documentatie opzoeken en ook aan de planten denken. Het artikel in voormeld tijdschrift sprak me sterk aan, er was veel informatie over de streek waar we naar toe wilden gaan: noordelijk Zuid Afrika, op slechts 50 kilometer van de grens met Namibië. Het is een tamelijk bar gebied, woestijnachtig, met karakteristieken zowel van Richtersveld, in de uiterste westhoek, aan zee en overlopend van Zuid Afrika naar Namibië. Hier is ook een vrij groot gebied eigendom van de diamantmijnen en zonder bijzondere vergunning verboden paradijs! Maar wij wilden verder naar het oosten toe, richting Kalahari woestijn.
Nu wil het toch zeker treffen dat prof. Cole, wijd en zijd bekend voor zijn kennis aangaande Lithops, dit gebied en zijn zoektocht naar planten beschreef in die aflevering van Cactus & Co. Als je planten gaat zoeken is een beschrijving van de vindplaats zeker zo interessant als de plant zelf, hulp van een plaatselijke liefhebber of een farmer met interesse voor de inheemse planten die op zijn terrein voorkomen is een geschenk uit de hemel!
Als ik met iemand uit die streek in contact wou geraken, zonder ter plaatse veel tijd te verliezen, lag de oplossing in feite vlak voor onze neus. Snel een mailtje naar Alberto Marvelli (Voorzitter Cactus & Co ), om met zijn hulp aan de gegevens van Desmond Cole te geraken. Op het laatste nippertje lukte dit en konden we met goede vooruitzichten op reis vertrekken.
Pofadder is niet alleen de naam van een redelijk onvriendelijke slangensoort, maar ook de naam van één van de kleine stadjes, verspreid als stipjes in een enorm groot gebied. Stel je niet teveel van het stadje voor, met de auto ben je er op enkele minuten door. Vanuit Pofadder vertrekt ook de “weg” naar Onseepkans, richting de grens met Namibië, die gevormd wordt door de Oranjerivier. De eerste kilometers gaat het nog, dit stuk is met de enkele auto’s per uur (meestal farmers die in de buurt wonen) nog redelijk “druk”.
Langs de wegkant duiken al snel wat interessante planten op en we stoppen dan ook regelmatig om eens te gaan kijken wat er juist groeit. Soms zie je iets in een flits en op hetzelfde moment ben je er reeds voorbij. Met een stuk achteruit rijden stoor je hier niemand, mocht er enig ander verkeer aankomen dan zie je reeds van ver de stofwolk opwaaien.
Kijk eens even naar de foto van de bloeiende Hoodia! ( zie foto ). Toch echt de moeite om hiervoor te stoppen! Een Hoodia gordonii, de plant volledig bedekt door de prachtige bloemen. Elke bloem meet tot 8 cm in diameter en er staan aan elke plant soms enkele tientallen. Zoals je op de foto kan zien zijn deze nog heel vers, want van uitdroging of zaadvorming was er nog niets te merken. De cluster zelf bestaat uit een aantal tegen elkaar aangegroeide planten tot ongeveer 60 cm hoogte en het plantenlichaam vaak volledig bedekt door de bloemen. Er waren ook grote planten te vinden, met minder bloemen, maar dan met een aantal zaadpeulen, die zich aan het vormen waren. Vers zaad was er nergens te vinden.Uiteindelijk koos ik voor de publicatie een andere foto, waar men zowel de volledig geopende bloemen en de jonge zaadpeulen kan zien.
Traag rijden we een stukje verder en je ziet steeds meer Hoodia’s opduiken; krachtige planten die hier meer genieten van de droge grond en de hitte van de zon, dan er onder te lijden. Bij de volgende planten valt toch iets op: er moeten zaadpeulen aan gezeten hebben, maar die zijn met een scherp mes of schaar door iemand geoogst! We stellen dit vast bij een aantal Hoodia’s die we langs de weg zagen staan.
Een rotsachtige plek naast de weg, met op een kleine oppervlakte verspreid kwarts, steekt schril af tegen de andere plaatsen waar we gestopt waren. Vanuit de auto gezien staan er een paar grote groepen H. gordonii, maar veel minder bloemen dan op de vorige vindplaatsen. Maar tegelijk zien we hier, op een oppervlakte van slechts 50 vierkante meter groot, honderden jonge planten van deze soort( zie foto) Deze strook ligt tussen de wegkant en de afrastering aan de linkerkant van de weg Op het afgespannen terrein is er dan weer geen enkele Hoodia te zien. Toch raar!
De jonge planten staan vaak met enkele bij elkaar en zien er wat uitgedroogd uit.Je kon in de massa jonge planten in feite 2 verschillende groottes zien: er stonden wat kleinere planten ( misschien 1 jaar oud?) en een hele serie met een hoogte van ongeveer 7 cm.Twee jaar oud? Ook jonge plantjes van een andere soort, pas ontkiemd. Het bekijken van de planten in de buurt leverde geen connectie op met de jonge zaailingen. Geen idee welke soort dit zou kunnen zijn.
Terug in onze bungalow belonen we onszelf met een lekker glas streekwijn terwijl we de (aangeplante) specimen in ons tuintje bewonderen. Hier staat onder meer een grote bos Delosperma cooperi, overladen door prachtige bloemen. Pelargoniums met fel rode bloemen zijn iets dieper geplant in een geul, met een kleine aarden wal erom heen. Hier wordt dagelijks water gegeven, in grote hoeveelheid, want de grond bestaat uit donkergeel , fijn zand, bijna poeder. Water geven is hier in dit droge gebied heel simpel: het “dal” waarin de planten staan wordt met krachtige straal tot aan de rand van het dijkje er rond gevuld, met honderden liters water. Maar het duurt niet lang voor deze watermassa opgenomen is door de grond; na een uurtje is de aarde opgedroogd en heb je terug poeder in je hand.
Op zondagavond blijkt de farmer die we zoeken, thuis te zijn; nog straffer is het feit dat hij vanuit zijn boerderij ons bijna kan zien zitten op ons terras!! Hij nodigt ons vriendelijk uit om even langs te komen en we maken dan meteen ook de afspraak om de volgende dag samen op stap te gaan en naar de planten op zijn terrein te gaan kijken. De volgende dag kort na de middag, is het smoorheet, niet bepaald ideaal om de open vlakte in te trekken. Met ons drieën in de cabine van zijn “bakkie” ( lees pick-up ) gaat het maar net. Zelfverzekerd brengt hij ons naar de verschillende plaatsen op zijn terrein, waar er iets te zien valt. Overal over en tussen prikkeldraad kruipend komen we op de verschillende plekken.
De omheiningen in prikkeldraad zijn in Zuid Afrika redelijk hoog, en strak aangespannen. Er tussen door kruipen gaat niet, er over stappen zonder risico op ongevallen is ook niet zo gemakkelijk. Op het terrein, slechts enkele meter van de draad, worden kleine groepjes Lithops zichtbaar. Eerst even zoeken, zodra je één plekje hebt gevonden zie je de anderen als vanzelf. “beeskloutjies” genoemd, verwijzend naar de vorm van de hoefjes van de dieren. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende soorten qua naamgeving. Eens je ogen aan de omgeving gewend zijn, vindt je deze planten vrij gemakkelijk. Een van de eerste soorten die we vinden, is volgens hem Lithops julii ssp. fulleri var. fulleri ( zie foto ).Een aantal groepjes met slechts 3 tot 5 planten samen, verspreid over een klein oppervlak.
![]()
Zelf vindt onze farmer het blijkbaar ook niet gemakkelijk om over de hoge prikkeldraad te kruipen, al is hij door de opgedane ervaring hierin zeer bedreven. Na enkele km. over putten en stenen komen we aan onze tweede stop. Je weet al op voorhand dat je hier halte gaat houden: onze gastheer heeft hier zelfs een constructie gemaakt om op een gemakkelijke manier over de draad te komen. Een echt ijzeren trapladdertje heeft hij hier gelast en stevig in de grond verankerd. Van “luxe” gesproken! Op dit punt heb je dan tenminste geen risico om aan de prikkeldraad te blijven hangen! Kijk eens naar de foto: Diane is wel rap om eerst aan de andere kant te staan: ze wil namelijk een foto maken van de andere klimmers!
![]()
Een poortje in de omheining was natuurlijk ook praktisch geweest. Hij legt ons uit dat zijn beesten dan gemakkelijk zouden gestolen worden. Gelijk heeft hij misschien, ik zie ons ook niet over dat laddertje kruipen met een schaap onder onze arm! We zien hier, buiten de Lithopsen, ook verschillende soorten succulenten, zoals Crassula, Avonia en wat Euphorbia. Het terrein is tamelijk vlak; de bodem is hier letterlijk bezaaid met losse stenen, die ik best zou kunnen omschrijven als “ bruine “ stukken leisteen. De stenen liggen in quasi horizontale lagen los op elkaar. De planten zelf staan tussen die stenen in, soms zelfs er tegenaan geleund!
Vele planten zijn beschadigd, daar zorgen de 700 schapen wel voor! Bij de succulenten betekent dit een inkorten van de takjes, maar dat groeit wel weer terug. Bij de Lithopsen is de schade erger: die worden wel niet opgegeten, maar hier wordt dan op getrapt met als gevolg heel wat schade aan de planten. Na de doortocht van zo’n 2800 poten zijn heel wat planten kapot getrapt!!
Bloeiende planten waren niet te vinden, zaaddoosjes wel, aan het uiterlijk te zien minstens een jaar oud. Nu is dit bij Lithops zeker geen probleem, die zaden komen ook na jaren nog uit. Zelfs in je zaaipotje kan je ineens, tussen de reeds een jaar oude zaailingen, plots pas uitgekomen “plantjes” zien staan. Ook zaad voor langere tijd bewaren kan: hou ze dan wel op een droge plaats, beschut tegen hevige temperatuur schommelingen.
Na enkele dagen verblijf verlaten we Pofadder en rijden naar de westkust, bestemming: Porth Nolloth,gelegen aan zee en vlak naast Kleinzee, de best bewaakte site van De Beers! Ook onderweg vind je hier allerlei planten naast de baan. Met dit stadje als nieuw vertrekpunt voor de uitstappen in de buurt, kun je gemakkelijk langs de kustweg naar Alexander Bay, volledig eigendom van De Beers: hier liggen stadje, scholen , ziekenhuis enz. binnen de omheining.
Maar in de buurt zijn er toch heel wat mooie planten te vinden……..maar dat verneem je in een vervolg!
© Frank Thys









