Bij mini-cactus landscaping gaat het om het om het zo natuurlijk mogelijk weergeven van cactussen (en vetplanten) op een beperkte ruimte. Te beginnen met de kleinste potmaat, tot een bak van maximaal 40x60 centimeter. Daarbij zijn er een aantal stadia te onderscheiden, die hier onder kort worden beschreven:

Stadium 0: De plant in kwestie in leven houden. Dit is het stadium waarin veel liefhebbers zich thans nog bevinden.
Stadium 1: De plant er zo natuurlijk mogelijk uit laten zien. Dat wordt al wat lastiger, waarbij natuurlijk ook speelt dat een plant er in de natuur ook nogal verschillend uit kan zien, afhankelijk van de condities op de groeiplaats. Dit vraagt al aanzienlijk meer kennis van het gedrag van de plant en foto’s (zie internet tegenwoordig) van de plant in de natuur.
Stadium 2: Het substraat (in ieder geval de zichtbare laag) aanpassen aan de natuurlijke omstandigheden. Zo past een Opuntia pulchellus (sand-cholla) beter in losse zandgrond en een Cintia knizei in een (bruin/rode) gesteente. Desgewenst kunnen ook stenen worden toegevoegd. Een Epithelantha komt in de natuur vaak voor tussen kalksteen platen. Deze omgeving is te imiteren door wat platten gele kalkstenen te gebruiken waartussen de planten worden geplaatst. Andere voorbeelden zijn Lithops in kiezelgrond op kleur.
Stadium 3: Planten uit de natuurlijke omgeving toevoegen waarmee de cactus of vetplant in de natuur samengroeit. Zo kun je bijvoorbeeld Toumeya papyracantha samen laten groeien met blue grama gras (Bouteloua gracilis) in een zandachtig substraat. Hierbij kom je heel dicht in de buurt van de natuurlijke groeiwijze. De doorns van de Toumeya gaan op in de gedroogde bladeren van het gras. Dit vraagt dus wel durf om een Toumeya op eigen wortel samen te planten in een potje met een sterke grassoort (die in de natuur tot twee meter diep wortelt).
Stadium 4: Overige planten (cactussen en vetplanten) samenvoegen in één landschap. Hiervoor heb je dan al wel een grotere bak nodig, dus bijvoorbeeld (maximaal) 40x60 centimeter. Als voorbeeld kun je dan bijvoorbeeld Escobaria leei samen laten groeien met Epithelantha micomeris op kleiachtige grond tussen vlakke geel/grijze zandstenen, met wat grassoorten. Op een oppervlakte van 40x60 centimeter kun je dat ook in de natuur aantreffen.
Stadium 5: In dit stadium wordt ook fauna toegevoegd. Natuurlijk kennen we symbiose met bacterien, mieren, packrats, schimmels e.d. Ik heb hier zelf nog geen ervaring mee.
De meeste liefhebbers bevinden zich in stadium 0 en 1. Wolluizen zien als het bereiken van stadium 5, sluit ik dan maar even uit. Het verder komen in de stadia vraagt gewoon veel ervaring en zoeken op internet en boeken naar beschrijvingen van de planten en hun natuurlijke omgeving. Daar is gewoon nog niet veel aandacht voor geweest, uitzonderingen daar gelaten.
Je kunt je afvragen wat het doel is van een dergelijke ontwikkeling van de hobby. Allereerst is het uitdagend en als het begint te lijken zeer bevredigend. Bovendien geef je mensen die niet zelf naar de betreffende plekken in de natuur kunnen gaan, de kans om enigszins te proeven hoe het is om de planten zo te mogen zien groeien.









