Echinopsis obrepanda (SD.) K. Schum. (Engler & Pranti 1894/184)
Synoniemen:
Echinoc. obrepandus SD. (A.G.Z. 1845/386)
Echinopsis calliantholilacina Card. (Cactus 1965/111)
Echinopsis coronata Card. (The Nat. C. & S.J. 1957/63)
Echinopsis cristata SD. (Curt. Bot. Mag. 1853/4687)
Echinopsis fiebrigii Gürke (Not. Bot. Gart. Berlin 1905/25)
Pseudolob. frankii Bozs. (Kaktlex. 1966/373)
Echinopsis mataranensis Card. (C. & S.J. 1970/184)
Echinopsis pseudomamillosa Card. (Cactus 1959/164) L
Echinopsis riviere de caraltii Card. (C. & S.J. 1971/242)
Echinopsis rojasii Card. (Rev. Agric. Cochab. 1951/10)
Echinopsis rojasii var. albiflora Card. (Rev. Agric. Cochab. 1951/12)
Echinopsis roseolilacina Card. (Cactus 1957/254)
Echinopsis boyubensis Ritt. (Succ. 1965/25)
Echinopsis tapecuana Ritt. (Succ. 1965/24)
Echinopsis obrepanda -var. purpurea SD. (A.G.Z. 1845/386)
Synoniemen:
Echinopsis cristata van. purpurea SD. (Curt. Bot. Mag. 1850/4521)
Echinopsis callichroma Card. (K. u . a. S. 1965 / 49)
Echinopsis toralapana Card. (Cactus 1964/41)
In 1845 ontdekte Salm-Dyck een plant die hij Echinocactus obrepandus noemde.
Vroeger onderscheidde men alleen witte en purperen bloemen.
De kogelige vruchten zijn halfdroog, de zaden zijn zwart met een grote rechte navel.
Echinopsis calliantholilacina.
10-12 ribben, 7 rst, 8-15 mm lang, middendoorn 1-2 cm lang.
Bloem magenta and lila, stamper 11 cm lang, groen.
Groeiplaats: Bolivia, Sucre, 2700 m.
Echinopsis fiebrigii Gürke, Notizbl. Bot. Gärt. Berlin 4: 184. 1905.
Groeiplaats: Bolivia.
Deze plant is alleen bekend door de beschrijving en foto's
Echinopsis roseo-lilacina.
Plant 4-7 cm hoog, 8-13 cm breed, grijs groen, gedrukte schedel.
Ribben 14-20, Areolen elliptisch 5-7 mm lang. Stekels 6-7 spreidend of aangedrukt, 1 middenstekel,10 - 20 mm. lang. Bovenste aureolen aan de top ongewapend
Bloemen 13-14 cm lang. Meeldraden wit tot lichtgeel Stamper 9 cm, lichtgroen, lobben groengeelwit.
Vrucht 3-5 cm doorsnede, purper met donkere schubben en witte en zwarte haren.
Zaad zwart.
Groeiplaats: Bolivia, Departement Santa Cruz. Aan de weg van Cochabamba-San Isidro, 1900 m.
Deze planten onderscheiden zich door kortere stekels, een platter lichaam en smalle roze-seringkleurige bloemen.
Echinopsis tapecuana F.Ritter 1965.
Lichaam 8-18 cm lang en 5 - 12 cm breed, kogelig tot cilindervormig. Ribben 12-16, aureolen rond tot breed ovaal, 2-4 mm doorsnee, 1-2 cm van elkaar verwijderd
Randdoorns 6-10, 5-20 mm lang, middendoorns 1-3, 1-6 cm lang, gedraaid, aan het eind meestal hakig, de bovenste randdoorn heeft dikwijls het aanzien van een middendoorn.
Bloemen wit, buisvormig met 8 cm smalle rode (groene) schubben en bruine (witte en zwarte) wolharen. Meeldraden wit, lobben 13 mm lang. Zaden zwart, mat, hilum wit, verdiept ovaal, scheef.
Vindplaats: Provincie O Conner, Tapecua, Bolivia.
Echinopsis callichroma Cârdenas.
Kogelig, afgevlakt, 12-15 cm breed en 2-3 cm hoog. Ca. 17 ribben, stekels en randstekels niet te onderscheiden 12-14, 2-6 cm lang, gekromd.
Bloemen, buitenste bloembladeren licht magentarot, binnenste heel licht magentarood of roze met een donkere middenstreep. Meeldraden dun onder wit, boven roodachtig. Stuifmeel lichtgeel. Griffel 9,5 cm lang, onder groen, boven geelachtig, 11 lobben, 8 mm lang, geelachtig.
Standplaats: Bolivia, Provincie Tapacari, Dept. Cochabamba, aan de weg naar Kami, 2700 m.
Echinopsis toralapana Cârdenas.
Planten 8-16 cm doorsnee, 6-10, randstekels 1-5 cm lang. Bloem 14 cm lang, purper, meeldraden geel, Stamper 8 cm. lang, groen, 8 lobben van 1,5 cm lang.
Vindplaats: Bolivia, Departement Cochabamba, Toralapa, 3200 m.
Lit: W. Rausch, Lobivia 1975









