Lobivia formosa (Pfeiff.) Dodds, C. & S.J. 1937/146.
Echinocactus formosus Pfeiff., En. Diagn. Cact.1837/50.
Echinopsis formosa Jac. 1845.
Soehrensia formosa Backbg., Die Cactaceae1959/1678.
Trichocer. formosus Ritt., Kakteen 1980/450.
Lobivia oreopepon Speg., Nuev. Not. Cact.1925/45.
Echinopsis oreopepon Werd., Neue Kakteen1931/85.
Grote zuilvormige planten die tot 2,5 meter hoog en tot 50 cm. dik kunnen worden.
Rand- en middenstekels ca. 20, tot 8 cm. lang.
De bloemen verschijnen aan de schedel, zijn 7 cm. lang.
Vrucht 4 cm. dik , sappig. Zaad klein, zwartglanzend met een scheef hilum.
Het groeigebied is Argentinië, in de Quebrada del Toro van Mendoza tot San Raphael.
Deze planten waren vroeger bij Soehrensia en Helianthocereus ondergebracht, maar Rausch heeft ze bij Lobivia geplaatst. Het type heeft een groot verspreidingsgebied, met regionaal begrensde afwijkingen die men als variëteiten kan erkennen.
Lobivia formosa - var. tarijensis (Vpl.) Rausch comb. nov.
Synoniem:
Cereus tarijensis Vaupl., Kakteenkunde 1916/123
Trichocer. tarijensis Werd., Kakteenkunde 1940/7.
- var. densispinus Ritt., Kakteen 1980/449.
- var. totorillanus Ritt., Cactus 1967/26.
Helianthocer. tarijensis Backbg., 1955.
Echinopsis tarijensis Friedr., IOS Bulletin 1974/98.
Trichocer. poco Backbg., Kaktus ABC 1935/412.
var. fricianus Card., Fuaux Herb. Bult. 1953/11.
var. albiflora Card., Fuaux Herb. Bull. 1953/12.
Helianthocer. poco Backbg., 1949.
- var. sanguinifloras Backbg., Kakteenlex. 1966/187.
Echinopsis poco Friedr., IOS Bull. 1974/97.
Als Lobivia formosa, alleen wat dunner en hoger.
De planten kunnen 4 meter hoog worden en bloeien rood tot karmijn.
Het verspreidingsgebied loopt van Argentinië: Tilcara-Humahuaca tot in Bolivia: Tupiza-Uyuni, Iscayachi, Culpina, Potosi-Cucho Ingenio.
Het is fantastisch deze planten op hun standplaats te zien bloeien; het doet je beseffen dat dit in cultuur bijna nooit gebeurd, de planten worden daarvoor veel te groot
Lobivia formosa var. bertramiana (Backbg.) Rausch comb. nov.
Synoniem:
Trichocer. bertramianus Backbg., BfK 1935/6.
Trichocer. orurensis Card., Fua ux Herb. Bull. 1953/13.
- var. albiflorus Card., Fuaux Herb. Bull. 1953/ 16.
Trichocer. antezanae Card., Fuaux Herb. Bull. 1953/16.
Trichocer herzogianus Card., Fuaux Herb. Bull. 1953/19.
Trichocer. conaconensis Card., Fuaux Herb. Bull. 1953/24.
Gelijk aan de var. tarijensis (Vpl.), alleen wat kleiner tot 2 meter hoog.
Groeit in Bolivia: Oruro, Challapata, La Joya, Comanche, Tirco, Perez, Cona Cona, etc.,
De bloem is over het algemeen crèmekleurig soms ook wit.
Lobivia formosa var. randallii (Card.) Rausch comb. nov.
Synoniem:
Trichocer. randallii Card., C. & S. J. 1963/158.
Echinopsis randallii Friedr., IOS. Bull. 1974/95.
Enkel, 1 meter hoog en 30 cm. dik.
Bloemen rood.
Lobivia formosa var. nivalis (Fric) Rausch comb. nov.
Synoniem:
Lobivia bruchii var. nivalis Fric, Kakteenjäger 1929/3.
Echinopsis korethroides Werd., Neue Kakteen 1931/84.
Eriosyce korethroides Backbg., Kaktus ABC. 1935/273.
Lobivia korethroides Werd., Kkde. 1938/30.
Soehrensia korethroides Backbg., C. & S. J. 1951/86.
Trichocer. korethroides Ritt., Kakteen 1980/451.
In Jujuy en Salta zijn deze 70 cm. hoge en 40 cm. brede planten op vele plaatsen te vinden.
Bloemen van oranje, rood tot violet.
Lobivia formosa var. hyalacantha (Speg.) Rausch comb. nov.
Synoniem:
Lobivia hyalacantha Speg., Nuev. Not. Cact. 1925/42.
Echinopsis hyalacantha Werd., Neue Kakteen 1931/85.
Acanthocalycium hyalacanthum Backbg., Kaktus ABC. 1935/22.
Helianthocer. hyalacanthus Backbg., Cactaceae 1959/1333.
Planten enkel tot 35 cm. hoog en 10 cm. dik.
De goudgele bloemen verschijnen in de nabijheid van de schedel.
Standplaats: Catamarca, Piedra Blanca.
Lobivia formosa var. bruchii (Br. & R.) Rausch comb. nov.
Synoniem:
Lobivia bruchii Br. & R., Cactaceae 1922/50.
Eriosyce bruchii Backbg., Kaktus ABC. 1935/273.
Soehrensia bruchii Backbg., BfK. 1938/6.
Trichocer. bruchii Ritt., Kakteen 1980/450.
- var. brevispinus Ritt., Kakteen 1980/450.
Lichaam kogelig, tot 50 cm hoog en breed.
Bloemen 6 tot 8 cm. breed, rood.
Tucuman, Tafi del Valle, ten oosten van de Abra de Infernillo.
Lobivia formosa var. uebelmanniana (Lembeke & Backbg.) Rausch comb. nov.
Soehrensia uebelmanniana Lembeke & Backbg., Cactaceae 1959/1925.
Trichocer. uebelmannianus Ritt., Kakteen 1980/1116.
Soehrensia schaeferi Ritt. & Y. Ito, Illustr. Of Flower Cacti 1967.
Enkel, soms wat spruitend tot 1 meter hoog en 40 cm. breed.
Bloemen aan de schedel, 6 cm lang, geel.
San Juan en Chili.
Lobivia formosa var. rosarioana (Rausch) Rausch comb. nov.
Lobivia rosarioana Rausch, K u. a. S. 1979/284.
Enkel, kogelig, tot 10 cm. doorsnede.
Bloemen 5 cm. breed, geel.
Groeiplaats: Sierra Famatina.
De roodbloeiende Lobivia rosarioana var. rubriflora met haar donkere meeldraden behoort mogelijk tot Lobivia bruchii Br. & R. of Lobivia grandiflora Br. & R. (WR128)
Lobivia formosa var. kieslingii (Rausch) Rausch comb. nov.
Lobivia kieslingii Rausch, K. u. a. S. 1977/249.
Enkel, kogelig, tot 25 cm. doorsnede.
De 9 cm. lange oranje, rood tot karmijnkleurige bloemen verschijnen aan de schedel
Groeiplaats: Tucuman, Sierra de Quilmes.
Lobivia formosa var. amaichensis Rausch nom. prov.
Enkel, kogelig tot 40 cm. breed.
Dichte gele bedoorning, bloemen oranje, soms ook geel
Groeiplaats: Tucuman, Abra de Infernillo, Amaicha. (Veldnummer WR708).
Lobivia formosa var. velascoensis Rausch nom. prov.
Wat kleinere vormen met aanliggende met elkaar vervlochten langere doorns.
Van deze planten is de bloemkleur nog onbekend.
Ze groeien in de Sierra Velasco bij Pinchas. (Veldnummer WR128 a)
Lobivia formosa var. grandis (Br. & R.) Rausch comb. nov.
Synoniem:
Lobivia grandis Br. & R., Cactaceae 1922/58.,
Pseudolobivia grandis Krainz, J. SKG. 1949/ 46.
Soehrensia grandis Backbg. C. & S. J. 1951/86.
Echinopsis grandis Friedr., IOS, Bull. 1974/95.
Trichocer. grandis Ritt., Kakteen 1980/450.
Soehrensia ingens Backbg., C. & S. J. 1951/48.
Groeit tussen Andalgala en Conception, op 2400 m. hoogte
Bloemen rood.
In de cultuur zijn over het algemeen alleen var. hyalacantha, var. bruchii, var. rosarioana en var. kieslingii te vinden. Deze bereiken binnen 10 jaar de bloeibare leeftijd en zijn dan nog handelbaar. De var. amaichensis en var. velascoensis komen zelden voor.
Lit.: W. Rausch, Lobivia 1985.









